De leerlijn is gebaseerd op de vier deelgebieden gedefinieerd door het SLO: ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking.
Jasper: ‘Het momentum is daar. Al onze scholen zijn ervan doordrongen dat ze er iets mee moeten.’
Samen met leerkrachten heb ik doelen gedefinieerd voor elk deelgebied. Vervolgens is er een pilot gestart met vijf basisscholen om te onderzoeken hoe we de vaardigheden kunnen integreren in de reguliere vakken. De leerkrachten mochten zelf bedenken hoe ze de uitvoering aan zouden pakken. Op elke school is een projectleider die hier 1 dag in de week aan besteedt en ik werk samen met een projectleider PO en een projectleider VO.
Na de zomer van 2016 zijn we gestart met lescycli van tien weken in verschillende groepen. Daarna zijn we opgeschaald door op de pilotscholen in alle groepen aan de slag te gaan om zo een doorgaande leerlijn te ontwikkelen. Halverwege het huidige schooljaar is het project uitgerold op alle scholen en loopt het overal prima. Er zijn ontzettend veel leuke lessen ontwikkeld en op het gebied van vak-integratie bleek veel meer mogelijk dan we dachten.’
Wat vergen deze projecten van leerkrachten?
Sander: ‘Het vergt best veel van hen, tijd bijvoorbeeld. Per school kijken we wanneer er ruimte is voor welke activiteiten. Sommige leerkrachten hebben wel wat angst ten opzichte van de nieuwe technieken. Wij bieden ondersteuning door materialen te regelen, handleidingen en video’s te maken en te helpen op school. Ook merken we dat groep 8-leerlingen leerkrachten kunnen helpen. Onderling helpen leerlingen elkaar ook.’
Jasper: ‘We vragen elke leerkracht er drie uur per week mee bezig te zijn, dat is veel. Maar die tijd is wel te creëren. We stimuleren leerkrachten bijvoorbeeld om methoden eens los te laten zonder angst de kerndoelen niet te behalen. We monitoren de CITO-opbrengsten en zien de resultaten nergens dalen.
Jasper: ‘We vinden het belangrijk dat leerkrachten dingen uit durven proberen.’
We vragen hen zowel positieve als negatieve ervaringen terug te koppelen aan de projectleider binnen school. Ook zorgen we voor scholing in vaardigheden die nog ontbreken. Zo is er bijvoorbeeld een school gestart met digitaal vergaderen en het werken in OneNote. Toen bleek dat een aantal leerkrachten de vergaderstukken niet had, omdat ze niet wisten hoe die te openen, kon de projectleider direct het gesprek aan gaan en vragen wat zij nodig hebben om dit wel te kunnen.’
Hoe ziet het onderwijs er in de verschillende groepen uit?
Sander: ‘Wij vinden dat je kinderen dingen moet laten ervaren. Binnen onze nieuwste basisschool Talent hebben we bijvoorbeeld het project de kleinste winkel. Kinderen ontwerpen en maken onder andere sleutelhangers en armbandjes met de 3D-printer en verkopen die twee dagen lang vanuit een echt winkelpand in het centrum van Meppel. In het managen van een winkel en de productie van eigen producten, komen verschillende vaardigheden samen. Dit is een leuk en leerzaam project voor groep 1 tot en met groep 8. Dankzij subsidies van gemeenten, de provincie en partijen zoals Rabobank zijn dit soort projecten mogelijk.’
Sander: ‘We willen ons onderwijs verrijken en interessant maken. En daar slagen we op deze manier goed in.’
Jasper: ‘We betrekken het bedrijfsleven in de regio actief bij ons onderwijs. Een groep 6- leerkracht wilde topografie anders invullen en heeft contact gelegd met een bedrijf dat websites bouwt. Leerlingen zijn naar het bedrijf gegaan met de opdracht: bouw een website van Nederland met de provincies, hoofdsteden en een aantal wetenswaardigheden. De website moest zo geprogrammeerd worden dat kinderen uit België zouden snappen hoe Nederland in elkaar zit.
Via een design thinking proces zijn de leerlingen met het bureau aan de slag gegaan. In groepjes van vfij hebben ze een eigen provincie opgepakt. Ze hebben geleerd hoe Nederland eruit ziet, wat de hoofdsteden van de provincies zijn, wat er in die steden te doen is, maar ook hoe een site bouwen werkt en hoe je een filmpje kunt embedden. Een mooi voorbeeld van Aardrijkskunde anders inrichten.’
Sander: ‘Kleuters leren programmeren met Co-de-Rups of Bee-bots. Groep 3 en 4 maakt veel gebruik van ScratchJR. Maar we laten hen ook offline programmeren, door bijvoorbeeld spellen te bedenken en te maken op papier. Hier leren ze enorm veel van. Ook zetten we M-bots en Dash and Dots in die met de Ipad geprogrammeerd kunnen worden. Hiermee kunnen zowel onderbouw- als bovenbouwleerlingen aan de slag.