Spel is de meest natuurlijke manier van leren. Door plezier te maken ontwikkelen kinderen allerlei belangrijke vaardigheden zoals de grove en fijne motoriek, creatief denkvermogen en ruimtelijk inzicht. In de serie ‘Tips voor spelend leren in groep 3’ verzamelde Zwijsen daarom diverse opdrachten die leerkrachten in hun keuzewerk op kunnen nemen. Leuk, efficiënt en direct toepasbaar!
Hoe organiseer je keuzewerk?
Voor je daadwerkelijk met keuzewerk aan de slag gaat, is het goed om na te denken over de vraag hoe je dit in de praktijk gaat organiseren. Om keuzewerk zo efficiënt en leerkrachtvrij mogelijk te laten verlopen, is een goede voorbereiding immers erg belangrijk. Denk hierbij aan de inrichting van het lokaal, het gebruik van materialen en de manier waarop je uitleg geeft aan kinderen.
Tips voor de inrichting van het lokaal
Werkschappen en groepstafel
Zorg voor werkschappen met krukjes langs de wanden van het lokaal. Als er ruimte is, kan je ook extra groepstafels inzetten. Op de werkschappen of groepstafels zet je de materialen voor de diverse opdrachten uitnodigend klaar. Voordeel hiervan is, dat kinderen een werkje dat nog niet af is kunnen laten liggen tot dat ze weer tijd hebben om het af te maken.
Werkkaartjes
Maak voor ieder kind een gelamineerd naamkaartje (8×6 cm). Kinderen leggen dit kaartje bij hun werkje zodat de leerkracht en andere kinderen kunnen zien dat dit kind nog verder wil werken aan deze opdracht.
Planbord
Een planbord met foto’s van de diverse keuzewerkopdrachten en naamkaartjes van de kinderen is onmisbaar voor de organisatie van het keuzewerk. Het planbord is deels leerkrachtgestuurd, deels kindgestuurd te gebruiken. Veel leerkrachten plannen voor de volgende dag het werk dat zij de kinderen graag willen laten doen door de naamkaartjes van de kinderen onder de betreffende werkjes te hangen. De kinderen starten met de aangegeven opdracht, waarna ze vervolgens vrij door mogen kiezen.
Instructie van de diverse opdrachten
Keuzewerk bestaat voor een deel uit opdrachten die in elke kern terugkomen en waarvan alleen de inhoud verandert. Instructie is na kern start niet meer nodig. Er zijn in elke kern ook enkele nieuwe keuzeopdrachten. Maak van die opdrachten een foto en print die op de helft van een A4tje. Hang deze A4tjes naast het planbord.
Leg bij de start van een nieuwe kern een nieuw werkje uit aan één kind. Als het kind dit goed begrijpt, mag het zijn naam onder de foto van het werkje schrijven. Kinderen die dit werkje ook kiezen, vragen of dit kind hen even wil uitleggen wat de bedoeling is. Daarna mag ook dit kind zijn naam onder de foto zetten.