Groep 1 en 2: Speelplaats versieren
Benodigdheden: stoepkrijt voor de hele klas. Deze les is gebaseerd op de schrijfmethode Pennenstreken en is goed voor de motoriek van de kinderen. In deze les krijgen alle kleuters een kaartje met daarop een figuurtje getekend: bijvoorbeeld streep, rondje, kommetje, boogje of golfje. De figuurtjes die je uitdeelt, vormen de grondvormen van de letters die we in ons schrift gebruiken.
Werkwijze: Alle kinderen krijgen een kaartje en mogen met stoepkrijt de speelplaats versieren met hun figuurtje. Na verloop van tijd ruilen de kleuters hun kaartje en gaan ze verder met een ander figuurtje. Stimuleer kinderen om het figuur in verschillende groottes te maken.
Wil je nog meer buitenlessen voor groep 1 en 2? Bekijk dan dit artikel over een buitenles uit Schatkist, het totaalaanbod voor kleuters. De les bestaat uit drie spellen die je op het schoolplein kunt spelen.
Groep 3 en 4: Hinkelbaan en woordreeksen maken
Hinkelbaan
Een hinkelbaan met letters: leuk voor kinderen die net kunnen lezen en woorden herkennen. Download deze kopieerbladen en print ze uit. Deze les sluit aan bij de taal-leesmethode Veilig leren lezen. Later in het schooljaar kun je in plaats van letters ook moeilijke letterclusters toevoegen, zoals “str” en “fl”.
Werkwijze:
- Leg de bedoeling van deze opdracht aan de hele groep uit
- Neem de groep mee naar buiten. Doe voor hoe de hinkelbaan getekend moet worden, schrijf de letters er in
- Kies twee kinderen en spreek af wie nummer 1 en 2 zijn
- Nummer 1 leest telkens een woord van kopieerblad 9, nummer 2 hinkelt het woord Als alle woorden gehinkeld zijn, worden de rollen omgedraaid
Woordreeksen maken
Benodigdheden: stoepkrijt voor de hele klas. Deze les is gebaseerd op de schrijfmethode Pennenstreken, is goed voor de motoriek van de kinderen en stimuleert het automatiseren van letters of woorden door middel van schrijven.
Werkwijze: Geef alle leerlingen stoepkrijt. Gedurende een korte tijd laat je alle kinderen op de speelplaats woorden schrijven bij alles wat zij op de speelplaats zien. Dat kan heel concreet een voorwerp zijn: ‘klimrek’, dat kan ook algemener zijn, zoals ‘zand’ of ‘wolken’. Ook de namen van leerlingen die op de speelplaats zijn, kunnen ze opschrijven. Bekijk samen met de kinderen (een deel van) de woorden.
Hierna verdelen de kinderen zich over de speelplaats. Iedere leerling kiest een (begin)woord, zet daar een streepje achter en schrijft dan een woord dat begint met de laatste letter van het woord dat al geschreven staat (dit woord hoeft niet op de speelplaats te zien te zijn): klimrek – kraal – lift – … Leerlingen schrijven zo reeksen van woorden. Na elk geschreven woord lopen zij door naar een ander woord.