Dit heb je nodig
- 4 ballonnen
- 2 esdoornvruchtjes
- 4 herfstbladeren (2 grote en 2 kleine)
- 4 hoepels
- Pompom (of een andere klaspop)
- hoofddeksel voor Pompom
- 2 kastanjes
- 4 vellen papier
- potloden
- kopieerblad: Proefjes zwaartekracht (pdf)
Voorbereiding voor de wetenschap en techniek activiteit voor kleuters
Print voor elk tweetal de eerste pagina van het kopieerblad. Blaas twee van de vier ballonnen op en maak van twee van de vier vellen papier een prop. Leg vier hoepels in circuitvorm. Leg in hoepel 1 de ballonnen, hoepel 2 de esdoornvruchtjes en de kastanjes, in hoepel 3 de herfstbladeren en in hoepel 4 het papier.
Introductie van de activiteit
Bekijk het hoofd van Pompom en vraag: ‘Hoe is het met je, Pompom?’ Pompom: ‘Ik voel me weer een stukje beter. Ik ben benieuwd wat er op mijn hoofd is gevallen.’ Zeg dat de kinderen dit gaan onderzoeken. ‘We gaan eerst kijken hoe iets valt. Wat gebeurt er dan?’ Vraag een aantal kinderen in het lokaal iets te zoeken wat op de grond mag vallen en dit mee te nemen naar de kring. Pompom: ‘Is dat niet gevaarlijk, dingen laten vallen?’ Reageer: ‘Wees maar niet bang, Pompom. We zetten iets op je hoofd.’ Vraag een kind om Pompom een hoofddeksel op te zetten. ‘Zo is het zeker veilig, Pompom.’
Welke dingen ga jij laten vallen en onderzoeken? Waarom kies je die dingen? Waar kunnen we naar kijken als iets valt?
Kern: hoe vallen dingen?
Nu gaan we uitproberen hoe dingen vallen. Vraag de kinderen te voorspellen wat er gebeurt. Wat gebeurt er als ik dit loslaat? Laat een van de door de kinderen gezochte voorwerpen los. Wat gebeurde er? Wat zag je? Raakte het de grond? Klopte het wat je dacht? Kies een ander voorwerp. De kinderen voorspellen wat er gebeurt. Laat het voorwerp daarna vallen. Bespreek wat er gebeurde. Ging het hetzelfde of anders? Stuiterde het of plofte het op de grond? Wat hoorde je? Ga ook in op de valsnelheid: Viel het snel of dwarrelde het naar beneden? Raakte alles de grond? Probeer op deze manier alle gekozen voorwerpen uit.
Vervolgens gaan de kinderen aan de slag in tweetallen volgens de coöperatieve werkvorm ‘We doen het samen’. Maak tweetallen en verdeel ze over de proefjes. Geef elk tweetal een kopieerblad en een potlood. De kinderen pakken om de beurt een voorwerp uit de hoepel en laten dit vallen. Ze kijken wat er gebeurt en kleuren op het kopieerblad de vakjes in bij de voorwerpen die de grond raken. De kinderen rouleren en doen bij de volgende hoepel hetzelfde met andere voorwerpen. Zo ontdekken ze dat alles valt en de grond raakt. Loop voorzichtig met Pompom rond en begeleid waar nodig. Bespreek klassikaal wat er te zien was. Geef ruimte aan waarnemingen die kinderen spontaan inbrengen, bijvoorbeeld verschil in valsnelheid (langzaam, sneller, snelst) en de manier waarop voorwerpen de grond raakten.
Afsluiting
Pompom: ‘Ik heb heel goed opgelet. Alles wat je laat vallen, raakt de grond. Sommige dingen vallen snel, andere dingen langzamer.’ Ben jij het eens met wat Pompom zegt over vallen?
Differentiatieniveaus en woordenschat bij de activiteit